Tsjerkje Weaze 25

[Fryske tekst ûnder]

Dit gebouw, nu een woning, is in 1738 oorspronkelijk gebouwd als Doopsgezinde kerk (Vermaning). Vanaf dat moment had Aldeboarn 2 Doopsgezinde gemeenten die ook elk een kerk bezaten. Een groep van ongeveer 50 mensen onder leiding van Gerben Tomas Brouwer, hadden zich losgemaakt en stichtten De Doopsgezinde gemeente Het Nieuwe Huis. De oorspronkelijke gemeente ging verder als “Het Oude Huis”. Hoe zat dit?

Gerben Tomas Brouwer kocht  in 1713 een brouwerij van Roelof Hendriks. Gerben, we komen hem ook tegen als Gerbrand, schijnt een kleurrijk figuur te zijn geweest in het dorp. Hij was zoon van Tomas Goye en Rinske Sjoerds en overtuigde doopsgezinden. In 1704 trouwt Gerben met Jeltje Tijsses die afkomstig is uit Woudsend. De brouwerij, die ook al voor dat Gerben hem kocht financieel niet goed draaide, was hem waarschijnlijk een blok aan het been geworden. Want in de jaren 1722 tot 1728 woont hij op Ameland. Daar woont op dat moment ook zijn broer Sjoerd Tomas. Gerben is “commandeur ter walvisvaart” De beide broers varen dan voor reder Pieter Kool uit Beverwijk. Het schijnt dat Gerben in deze tijd 5 walvissen heeft gevangen. Gerben keert naar Aldeboarn terug. Hij wordt al snel onderwerp van een ruzie binnen de Doopsgezinde gemeente. Tomas, die naast brouwer, walvisvaarder ook voorganger (lekeprediker) was, wist van de slechte akoestiek in de kerk. Deze kerk stond aan het Doelhôf, huidige nr. 7 en het pand daar aan sluitend, het latere “Zevenhuizen”. Het pand direct achter de brug was de voormalige Vermaning.

De Doopsgezinde gemeente van Aldeboarn is naar alle waarschijnlijkheid één van de oudsten van Fryslân. In 1549 werden Eelke Fokkes en Feye Baukes, inwoners van het dorp, als martelaren ter dood gebracht. Eelke werd in Leeuwarden onthoofd en Feye vond op de brandstapel de dood ( Het offer des Heeren; Bibliotheca Neerlandica II Den haag 1904).  Leenaart Bouwens, die leerling van Menno Simons was, schrijft in zijn aantekeningen dat hij in Oldeboorn vanaf 1566, 26 personen heeft gedoopt. Of er toen al een “vermaning”, was is niet met zekerheid te achterhalen. In ieder geval werden er in 1612 al wel diensten gehouden in het pand aan het Doelhôf. Deze “Vermaning” is duidelijk als schuilkerk gebouwd. In 1855, toen “Het Oude Huis” een nieuwe kerk betrok in de Andringastrjitte werd de vermaning in zijn geheel omgebouwd tot meerdere woningen en kreeg het in de volksmond  daarom de naam Zevenhuizen.

 

Interieur van de voormalige Vermaning Het Nieuwe Huis uit 1738. Na verkoop aan de gereformeerden is het interieur meerder malen gewijzigd. Voor het laatst in 1955. 

Gerben wist van de slechte akoestiek in de vermaning. Want er werd regelmatig geklaagd dat voorganger en zangers niet, tot moeilijk, waren te verstaan. In 1725 werd besloten tot het aanbrengen van een verwulf. Gerben was toentertijd in Amsterdam en op doorreis naar Groenland voor de walvisvaart. Hij zag kans om een geschikte partij hout op de kop te tikken voor het verwulf en dat naar Aldeboarn te laten verschepen. Dit gaf de nodige perikelen. Tijdens Gerben zijn afwezigheid ontstonden er twee partijen. Een groep tegen de verbouwing en een groep voor de verbouwing. Het op eigen gezag kopen van het hout door Gerben zal hier zeker een rol van betekenis in hebben gespeeld. Want dat blijkt in 1738, als er tijdens een vergadering gestemd moet gaan worden maar er  een vechtpartij dreigt te ontstaan. Regnerus Lycklama à Nijeholt, een vrijgezelle ritmeester die in 1752 grietman zal worden, bewoner van de oude Andringastate, wordt gevraagd om te bemiddelen. Het gevolg van deze bemiddelingspoging is dat Gerben met ongeveer 50 gelijkgestemden de Doopsgezinde gemeente verlaat en een huis koopt aan de Weaze, bekend onder nr. E 75.  Aan de koop van dit huis zit ook nog een verhaal. Tjebbe Wigles, schoenmaker van beroep, die het huis naast dit pand heeft,  koopt dit huis nl voor 600 gulden naar alle waarschijnlijkheid in opdracht van Gerben. Het huis, dan inmiddels eigendom van Gerben, wordt nog datzelfde jaar afgebroken en op de plaats daarvan wordt een nieuwe vermaning gebouwd.  De Doopsgezinde gemeente Het Nieuwe Huis is een feit.

Van Vermaning naar Gereformeerde kerk.

In 1857 doet predikant K.R. Schuiling zijn intrede in de Doopsgezinde gemeente Het Oude Huis. Als in 1882 Het Nieuwe Huis vacant is, wordt ds. Schuiling tevens consulent van het Nieuwe Huis. Ds. Schuiling blijkt nl. al snel een verbindend figuur te zijn. Een echte dorps dominee zouden we vandaag zeggen. Zo probeerde hij in 1887 de dorpsgemoederen tot rust te brengen in de kwestie van de Hervormde predikant ds. Homoet. De Leeuwarder Courant kopte in die tijd dat Oldeboorn een vulkaan was geworden.  Ds. Homoet was nadat de ramen van zijn woning waren ingegooid het dorp uit gevlucht. Het was ds. Schuiling die op 16 maart 1887 een brief aan alle dorpsbewoners schreef. Hij eindigt zijn brief met: “Alle gij, mijne Medeburgers! wie gij ook zijt, indien ik die dertig jaren in uw midden verkeer, iets op u vermag, neemt mijnen vriendelijk dringenden raad ter harte! Bewaart ons dorp voor nieuwe ongeregeldheden en verdere opspraak!  Dit wordt u allen gebeden”. In 1889 vertrekt ds. Schuiling naar Veendam. Het is deze zelfde predikant die het er door krijgt dat beide Doopsgezinde gemeenten zich weer gaan verenigen. Pogingen daartoe waren er voor zijn komst ook al gedaan. Voor zover is na te gaan  is dat voor het eerst gebeurd op 29 december 1839. Dan wordt er een voorstel tot vereniging aangenomen in een gezamenlijke “beproeving” zoals de vergadering te boek staat. Er wordt een commissie benoemd die de “voorlopige beproeving” moet gaan bewerkstelligen. Het Oude Huis en Het Nieuwe Huis benoemen elk 3 leden en krijgen tevens de opdracht om “te schikken met de beide leeraars H. Haga en K.J. Haima”. Hierna worden er nog met regelmaat bijeenkomsten gehouden. Maar het is uiteindelijk ds. Schuiling die in 1886 de definitieve vereniging van de beide gemeenten er door heen heeft gekregen. Op 12 december van dat jaar passeert ten kantoor van notaris P.H.Themmen de Lang te Oldeborn de acte van vereniging. De nieuwe naam wordt dan  Vereenigde Doopsgezinde Gemeente het Oude – en het Nieuwe Huis te Oldeboorn” Men gaat dan de diensten houden in de in 1855 gebouwde kerk van Het Oude Huis in de Andringastrjitte. Het duurt nog tot 5 oktober 1887 voordat de kerk uit 1738 van Het Nieuwe Huis kan worden verkocht. In de notulen van die vergadering staat ”waar de Gereformeerden hier nu een maal zijn, en zij zich, althans onder haar huidige leeraar, verdraagzaam gedragen, is niemand tegen den verkoop” Voor 4040 gulden worden de Gereformeerden, die tot dan toe kerkten op Weaze Eastein, huidige nr 3,  eigenaar van dit kerkgebouw. Kort voor de verkoop hebben de Doopsgezinden nog wel de lichtkroon uit de kerk gehaald en overgebracht naar de kerk in de Andringastrjitte.

Toen in 1973 De Hervormde gemeente en de Gereformeerde kerk als eerste gemeenten in Friesland een SoW gemeente werd, kreeg deze kerk de naam Weaze tsjerke. Dat heeft geduurd tot 1992. Toen is de kerk met orgel verkocht en is sindsdien een woonhuis. De buitengevel heeft in het kader van beschermd dorpsgezicht een monumentale status. Van het voormalige interieur van de Gereformeerde kerk is het Vermeulen orgel uit 1914 nog steeds in de woning aanwezig. Het orgel heeft één klavier en 10 registers.

Fryske tekst

Dit gebou, no in wenhûs, waard oarspronklik boud yn 1738 as Meniste tsjerke (Fermanje). Fan dat momint ôf hie Aldeboarn 2 meniste gemeenten, dy’t ek  elk in tsjerke hiene. In groep fan sawat 50 minsken, ûnder lieding fan Gerben Tomas Brouwer, hie har losmakke en stifte de Meniste gemeente Het Nieuwe Huis. De oarspronklike gemeente gie troch as “Het Oude Huis”. Hoe siet dit?

Gerben Tomas Brouwer kocht yn 1713 in brouwerij fan Roelof Hendriks. Gerben, wy moetsje him ek as Gerbrand, liket in kleurryk figuer yn it doarp west te hawwen. Hij wie de soan fan Tomas Goye en Rinske Sjoerds en oertsjûge menisten. Yn 1704 troude Gerben mei Jeltje Tijsses dy’t fan Wâldsein kaam. De brouwerij, dy’t al foardat Gerben him kocht, finansjeel net goed draaide, wie wierskynlik in bongel oan ‘e foet foar him wurden. Want yn de jierren 1722 oant 1728 wennet er op It Amelân. Syn broer Sjoerd Tomas wennet dêr ek yn dy tiid. Gerben is “commandeur ter walvisvaart”.  De beide bruorren farre dan foar reder Pieter Kool út Beverwijk. It skynt dat Gerben yn dizze tiid 5 walfisken fongen hat. Gerben komt werom nei Aldeboarn. Hy wurdt al gau it ûnderwerp fan in rûzje binnen de Meniste gemeente. Tomas, dy’t  neist brouwer, walfiskfarder, ek in foargonger (lekepreker) wie, ,wist oer de minne akoestyk yn de tsjerke. Dizze tsjerke stie oan it Doelhôf, hjoeddeiske nr. 7 en it oanbuorjende gebou, it lettere “Zevenhuizen”. It pân flak efter de brêge wie de eardere Fermanje.

De Meniste gemeente fan Aldeboarn is nei alle gedachten ien fan de âldsten fan Fryslân. Yn 1549 waarden Eelke Fokkes en Feye Baukes, ynwenners fan it doarp, deade as martlers. Eelke waard yn Ljouwert de holle ôfslein en Feye kaam op de brânsteapel oan syn ein. (Het offer des Heeren; Bibliotheca Neerlandica II Den Haag 1904). Leenaart Bouwens, dy’t in learling fan Menno Simons wie, skriuwt yn syn oantekeningen dat hij fan 1566 ôf  26 minsken doopt hat yn Aldeboarn. Oft der op dat stuit al in fermanje wie, kin net mei wissichheid fêststeld wurde. Yn alle gefallen waarden yn 1612 al tsjinsten yn it gebou oan it Doelhôf hâlden. Dizze “Fermanje” waard dúdlik as skûltsjerke boud. Yn 1855, doe’t “Het Oude Huis” ferhuze nei in nije tsjerke yn de Andringastrjitte, waard de fermanje folslein omboud ta ferskate wenningen en waard dêrom  yn’ e folksmûle Zevenhuizen neamd.

Gerben wist fan de minne akoestyk yn de fermanje. Om’t der geregeld klachten wiene dat de dûmny en sjongers net of lestich te ferstean wiene. Yn 1725 waard besletten om in ferwulf te pleatsen. Gerben wie op dat stuit yn Amsterdam en ûnderweis nei Grienlân foar walfiskfangst. Hy slagge der yn in geskikte partij hout foar it ferwulf te krijen en per skip nei Aldeboarn te stjoeren. Dit feroarsake de nedige perikels. Yn de tiid fan Gerben syn  ôfwêzigens ûntstiene der twa partijen. In groep tsjin de ferbouwing en in groep foar de ferbouwing. It op eigen gesach keapjen fan it hout troch Gerben sil hjir grif in rol fan betsjutting yn spile ha. Want dit docht bliken yn 1738, doe’t der tidens in gearkomste stimd wurde moast , mar in gefjocht driget te ûntstean. Regnerus Lycklama à Nijeholt, in frijfeint ritmaster dy’t yn 1752 grytman wurdt, bewenner fan de âlde Andringastate, wurdt frege om te bemiddeljen. It gefolch fan dit besykjen om te bemiddeljen is dat Gerben mei sawat 50 lyksinnigen de Meniste gemeente ferlit en in hûs keapet oan de Weaze, bekend as nûmer E 75. Oan de keap fan dit hûs sit ek noch in ferhaal. Tjebbe Wigles, in skuonmakker, dy’t it hûs njonken dit gebou hat, keapet dit hûs foar 600 gûne wierskynlik út namme fan Gerben. It hûs, dan al eigendom fan Gerben, waard datselde jier sloopt en yn syn plak waard in nije fermanje boud. De meniste gemeente fan Het Nieuwe Huis is in feit.

Fan Fermanje nei Grifformearde tsjerke.

Yn 1857 docht dûmny K.R. Schuiling syn yntree yn de meniste gemeente Het Oude Huis. As Het Nieuwe Huis yn 1882 fakant is, wurdt dûmny Schuiling ek konsulint foar it Nieuwe Huis. It docht nammentlik al gau bliken dat ds. Schuiling in ferbinend figuer is. In echte doarpsdûmny  soene wy ​​hjoed sizze. Yn 1887 besocht hij  bygelyks de ûnrêst yn it doarp te bedarjen yn de saak fan de Herfoarme dûmny ds. Homoet. Op dat stuit kopte de Ljouwerter  Krante dat Aldeboarn in fulkaan wurden wie. Ds. Homoet wie út it doarp flechte neidat de ruten fan syn hûs yngoaid wiene. It wie dûmny Schuiling dy’t op 16 maart 1887 in brief skreau oan alle doarpsbewenners. Hy slút syn brief ôf mei: “Allegear, myn Meiboargers! wa’t jo ek binne, as ik, dy’t  tritich jier tusken jim ferkear, wat dwaan kin, nim myn freonlike driuwende rie oan!  Rêd ús doarp foar nije ûngeregeldheden en fierdere skande! Dit wurdt jimme allegearre bidden.”  Yn 1889 gie dûmny Schuiling nei Veendam. It is dizze selde dûmny dy’t it foarinoar krijt dat beide Meniste gemeenten harren wer ferienigje. Dat  waard foar syn komst ek al besocht. Foar safier it neigien wurde kin, barde dit foar it earst op 29 desimber 1839. Dan wurdt der in foarstel  foar feriening oannommen yn in mienskiplike “proef”, sa’t de gearkomste neamd wurdt. Der wurdt  in kommisje beneamd dy’t de “tenearste  proef”  beoarderje moat. Het Oude Huis en Het Nieuwe Huis beneame elk 3 leden en krije ek de opdracht “te skikken mei de beide leararen H. Haga en K.J. Haima “. Dêrnei wurde noch regelmjittich  gearkomsten hâlden. Mar úteinlik is it dûmny Schuiling dy’t yn 1886 de definitive feriening fan de beide gemeenten der troch krige. Op 12 desimber fan dat jier  passearret op it kantoar fan notaris P.H. Themmen de Lang yn Aldeboarn, de akte fan feriening. De nije namme wurdt dan “Vereenigde Doopsgezinde Gemeente het Oude – en het Nieuwe Huis te Oldeboorn”. De tsjinsten wurde dan hâlden yn de tsjerke fan Het Oude Huis, yn 1855 yn de Andringastrjitte boud. It duorret noch oant 5 oktober 1887 foardat de tsjerke fan Het Nieuwe Huis út 1738 ferkocht wurde kin. Yn de notulen fan dy gearkomste stiet  “no’t  de grifformearden der ienris hjir binne, en harren teminsten ûnder harren hjoeddeistige learaar ferdraachsum gedrage,  is der gjinien  tsjin de ferkeap.”  De Grifformearden dy’t oant doe ta tsjinsten holden op Weaze Eastein,  hjoeddeistich nûmer 3, wurde foar 4040 gûne  eigner fan dit tsjerkegebou. Koart foar de ferkeap hawwe de Menisten noch wol de ljochtkroan út de tsjerke fuorthelle en oerbrocht nei de tsjerke yn de Andringastrjitte. Doe’t yn 1973 de Herfoarme gemeente en de Grifformearde tsjerke de earste SoW -gemeente yn Fryslân waard, krige dizze tsjerke de namme Weaze tsjerke. Dat duorre oant 1992. Doe waard de tsjerke mei oargel ferkocht en is sûnt dy tiid in wenhûs. De bûtengevel hat yn it ramt fan  beskerme doarpsgesicht in monumintale status.  It Vermeulen-oargel út 1914 fan it eardere ynterieur fan de Grifformearde  tsjerke is noch altiten yn it hûs oanwêzich. It oargel hat ien klavier en 10 registers.

 

Share

Tsjerkje Weaze 25